Wedstrijd maaien
Inleiding
Maaiwedstrijden leveren een grote bijdrage tot het verbeteren van gewasbewerking. Immers, goed maaiwerk levert het fundament voor een goede hergroei en optimale bewerking van het gemaaide tot groenvoer.
De start
Het deelnemersbordje en de grenspaal van 50cm aan de linkerkant van de trekker (deze grenspaal mag niet worden aangeraakt of verzet). Maai het terrein twee keer rond (rechtsom of linksom indien links aangebouwd garnituur). Vervolgens het middenstuk uitmaaien of trekker keren en het gedeelte buitenom maaien, waar u doorheen bent gereden.(twee gangen). Let erop dat u niet over de uitgezette lijn van 50 cm komt. Bij het maaien van het middenstuk is men vrij om naar eigen inzicht te maaien. Het laatste te maaien zwad in het middenstuk, dient met de volle lengte van het maaibalk te worden gemaaid.
Het in- en uitzetten
Het in- en uitzetten moet zodanig gebeuren, dat de maaibalk het voorgemaaide zwad (indien nog aanwezig) er ongeschonden bij blijft liggen. Ook moet de spoorbreedte van de trekker zodanig zijn afgesteld dat men bij het maaien niet door het reeds gemaaide zwad behoeft te rijden.
Toegestane hulp
De deelnemer mag tijdens de wedstrijd op geen enkele wijze worden geholpen, behalve bij het uitzetten en weg nemen van de richtpaaltjes.
Tijdens de wedstrijd mogen zich geen andere personen op de veldjes bevinden dan de deelnemers en de leden van de jury, wedstrijd- en terreincommissie en zij die van de wedstrijdleiding speciale toestemming hebben gekregen.
Terreincommissie
De leden van de terreincommissie moeten voor de deelnemers goed kenbaar zijn, b.v. door en brede witte armband, een witte overall of jas. Zij houdt tijdens het maaien toezicht op het naleven van het wedstrijdreglement.
Wanneer een deelnemer moeilijkheden heeft of hulp verlangd mag hij zich alleen tot deze commissie of tot de jury wenden.
De deelnemers zijn verplicht de aanwijzingen van de terreincommissie op te volgen.
Overtredingen
Een deelnemer die hulp ontvangt, anders dan in dit reglement is toegestaan, of op een andere wijze de voorschriften overtreedt, zoals b.v. door het verplaatsten gemaaid gras, zal bij de eerste keer een waarschuwing ontvangen. Bij een tweede overtreding wordt hij gediskwalificeerd.
Het niet opvolgen van instructies van de wedstrijdcommissie kan diskwalificatie tot gevolg hebben.
Begin en einde van de wedstrijd
Het begin en het einde van de wedstrijd wordt op duidelijke wijze aangegeven, b.v. door het hijsen en strijken van een vlag. Wanneer een deelnemer buiten zijn schuld in tijdnood raakt, tengevolge van het in ongerede raken van de trekker of maaibalk, zal hij zich voor verlenging van zijn maaitijd tot de terreincommissie moeten wenden.
Tijdens de wedstrijd mogen de deelnemers het wedstrijdveld niet verlaten. Bij het beoordelen van de eerste twee rondgangen de trekker en maaigarnituur voor het betreffende wedstrijdveld opgesteld.
Deelnemers
De deelnemers moeten tenminste 10 minuten voor het tijdstip waarop de wedstrijd zal beginnen, met hun materiaal klaar staan voor het door hen te maaien veldje. De jury heeft hier ter plekke de mogelijkheid tot een veiligheidskeuring van het maaigarnituur (deze keuring mag ook elders gebeuren).
Beoordeling
De jury geeft cijfers voor de volgende onderdelen:
- Compleetheid maaiapparaat: twee zwadborden die in geheven toestand vrij zijn van de grond, buiten zwadbord tenminste 1 stok, bescherming messenbalk, overige vereiste beschermkappen aandrijving etc. (De technische toestand zoals speling en mesuitslag is geen beoordelingsfactor).
- Het te maaien gras dient goed afgesneden te worden (d.w.z. max. stoppellengte 5 cm of andere lengte i.o.m. landeigenaar) over het gehele perceel (steekproef gewijs).
- Beoordeling ligging en afwerking gewas. Mooie rechte wiersen en geen trekkersporen op en door de wiersen.
- Beoordeling snelheid, het gemaaide gras dient tegen de maairichting in te liggen.
- Het begin en einde van een zwad dient juist te gebeuren (het voorgemaaide zwad indien nog aanwezig moet er ongeschonden bij blijven liggen)
- Het gemaaide perceel dient zonder geren en niet gemaaide stukjes (stropen) te zijn.
- Het laatste zwad dient zodanig gemaaid te worden dat ment niet door een reeds afgelegd zwad heen maait en met volle breedte van maaibalk wordt gemaaid.
- De afstand tot grenspaal dienst over de gehele lengte evenveel te zijn nl. 50 cm.
- Algemene indruk.